WONEN IN ITALIË – Groene oase
Het weekje Monteisola vloog voorbij. Zaterdagochtend stond ik om negen uur al gepakt om naar de boot te lopen. Bij de ingang van de tuin was een man tegels tegen de muur aan het metselen.
Iedere tegel vertegenwoordigde een herinnering uit het verleden van het hotel. "Volgend jaar als je hier voor het 20e jaar komt, krijg jij ook een tegel" zei Silvano.
"Ineke Spoorenberg was hier vaste klant". Ik zie het al helemaal voor me.
Ik liep naar de steiger, Nicola bracht m'n bagage. Even later zat ik op de boot op weg naar Sulzano en zag ik de huisjes van Peschiera Meraglio steeds kleiner worden.
De auto ophalen en toen reed ik definitief het gebied uit op weg naar Piemonte. Dan zie je pas wat een oase van rust en groen onze regio is.
Het Meer van Iseo met Monteisola is op zich een paradijs, maar direct daar omheen krioelt het van de industrieën, autostrada's en verstedelijkt gebied. Je rijdt dan ook in Lombardije, het economisch hart van Italië en dat is te merken.
Voorbij het bord 'Piemonte' werd het landschap een stuk leger. Groene heuvels met hier en daar boerderijen die los over het land leken uitgestrooid. Ik doorkruiste kleine stadjes en genoot van de omgeving.
Canelli, Santo Stefano Belbo, Cravanzana.
Overal rose en witte lentebloesems, gele brem, wijnterassen. In Mombarcaro was de lucht lauw. De ergste kou leek ook hier nu echt voorbij.
Ik huppelde blij door m'n tuin. In de moestuin waren nog steeds geen uien of tuinbonen te zien. Ook de tulpen houden hun bloemen nog warmpjes onder de grond. Het had heel erg gestormd, vertelde Grazia.
Nu met Pasen op komst ziet het er gelukkig goed uit. Temperaturen van 20 graden! Ik ga zondag bij Grazia en Guglio eten met het gezin van hun dochter. We maken allemaal wat. Ik zorg voor een taart, heb ik beloofd.
Toen Cor nog leefde, vulden we voor Pasen de bloembakken in de tuin altijd met viooltjes. Na Cors dood heb ik deze traditie voortgezet. Op m'n tuintafel staat nu dan ook een grote schaal vol viooltjes.
Bij de voorbereidingen voor Pasen hoorde ook oefenen met het kerkkoor voor de mis op Eerste Paasdag. We waren met z'n zessen. Ik was de enige buitenlandse dus de voertaal was Piemontees dialect. Moeilijk te volgen, maar voor de dorpelingen hun moedertaal.
De sfeer was gemoedelijk, de Paasmis is hier nog een hoogtepunt in het jaar. Iedereen zal zondag op z'n 'paasbest' in de kerk verschijnen. En zich daarna met de familie door Eerste Paasdag heen eten.
Pasquetta, tweede Paasdag, trekken de Italianen er op uit, als het mooi weer is met picknick-mand. Mombarcaro is dan echt een trekpleister.
Families zullen bij de picknick-plaatsen neerstrijken en op de piazza zullen motorrijders, wielrenners en wandelaars het terras tot de laatste stoel bezetten.
Vrolijk Pasen!


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

